LTO MELKVEEHOUDERIJ VISIE OP MELKPRIJSONTWIKKELING

Hierbij stuur ik u namens de landelijke LTO vakgroep Melkveehouderij informatie over de standpunten van de vakgroep ten aanzien van melkprijs ontwikkelingen. De vakgroep heeft deze ochtend tijdens de reguliere vakgroepvergadering de acties van de DDB besproken.

 

Communicatie

LTO Melkveehouderij zal niet actief reageren op de acties van de DDB. Indien wij benaderd worden zal er geageerd worden vanuit onze visie. Die visie is ook voor een hoge melkprijs en een goed inkomen!

Op de site van LTO Noord en LTO Nederland is bericht geplaatst met daarin verwoord de LTO visie.

http://www.ltonoord.nl/nl/25222685-%5BLink_page%5D.html?location=1533122594267782,10005364,true

 

De LTO vakgroep Melkveehouderij is zich bewust dat dit een zeer emotioneel onderwerp is zich bewust dat u als afdelingsvoorzitters of afdelingsportefeuille houders soms moeilijke gesprekken te voeren hebt. Ook leden van de vakgroep en de medewerkers hebben inmiddels meerdere dergelijke gesprekken gevoerd. Bovenal willen we geen tweespalt creeeren of media ons tegen elkaar laten uitspelen.

Wij hopen op uw steun voor onze aanpak en wij zullen u op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen.

 

Zuivelvisie

De vakgroep is van mening dat de melkprijs bepaald wordt door de markt, zowel op korte als ook op lange termijn. Natuurlijk is LTO Melkveehouderij voorstander van een zo hoog mogelijke melkprijs, om dat te bewerkstelligen hebben we in Nederland meerdere zuivelcooperaties die zich daarvoor inzetten. Als LTO melkveehouderij hebben we goede contacten met deze melkverwerkers.

 

Door LTO wordt er continu aan gewerkt om een zo hoog mogelijke melkprijs te kunnen realiseren. Wij doen dat door onder andere de volgende acties:

  • Het verzorgen van informatie aan de leden over de wereldwijde zuivelmarkt en politiek
  • Het creeeren van transparantie over de melkprijs van zuivelverwerkers doormiddel van de melkprijsvergelijking www.milkprices.nl
  • Randvoorwaarden scheppen die de kostprijs kunnen drukken
  • Nauwe samenwerking met zuivelcooperaties
  • Positieve PR naar de politiek en maatschappij voor noodzakelijk draagvlak
  • Door een lobby ten aanzien van het EU zuivelbeleid van Den Haag tot aan Brussel. Doelen van deze LTO lobby zijn:
  • een zachte landing creeeren naar een quotumloostijdperk, door geleider quotumuitbreiding 2 á 3% per jaar
  • voorkomen dat veehouders nog meer quotumkosten (die een groot aandeel in de kostprijs hebben) verder oplopen
  • een vangnet overeind houden voor onvoorziene marktcalamiteiten

Onderaan deze mail en in de bijlage vindt u een uitgebreide analyse van de werking van zuivelmarkt en politiek.

Met vriendelijke groeten,

Namens de LTO vakgroep Melkveehouderij

 

Frits Mandersloot

Henk-Harm Beukers

Klaas Johan Osinga

 

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

Henk-Harm Beukers

* Beleidsadviseur LTO Melkveehouderij www.ltonoord.nl

T 088 - 888 66 66               F 088 - 888 66 34

M 06 - 11 36 56 28             E hbeukers@ltonoord.nl

Werkdagen: ma, di, wo, do

------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

LTO Nederland ziet geen heil in het niet leveren van melk

 

Markt bepalend voor uitbetalingsprijs zuivel

 

LTO is tegen een melkstaking. Het werkt namelijk niet en het is desastreus voor het imago van de sector.

 

Ruim 20% van de Nederlandse melk gaat naar landen buiten de EU. De EU exporteert 8% van de melk. Als een aantal melkveehouders geen melk levert, zullen anderen dat gat vullen. Nederland en Europa zijn namenlijk niet geisoleerd van de wereldmarkt. Daar bepalen vraag en aanbod de prijs , en dat bepaalt de uitbetaalprijs die onze melkveehouders ontvangen. Terwijl wij beperkt worden door het melkquotum en daarmee door hoge quotumkosten.

 

De cijfers van het quotumjaar 2007-2008 spreken voor zich: ondanks de stijging van de melkprijs heeft de EU de productie met slechts 0,3% uitgebreid, als gevolg van ontkoppeling van de melkpremie en natuurlijk het melkquotum. De Verenigde Staten hebben het afgelopen jaar hun productie met 2,1% vergroot. Marktanalisten verwachten dat de VS hun zuivelproductie dit jaar met 2,7% zullen opvoeren. De VS vormen nu een belangrijke exporteur van mager melkpoeder, cheddar kaas en boter. Ook landen als Oekraine en Brazilie zijn in staat hun export te vergroten. Dat gaat ten koste van de EU, dat 8% van de productie exporteert. Voor Nederland met een sterk op de export gerichte zuivelsector is dat meer dan 20%. Die exportmarkt wordt op het spel gezet met een leveringsstaking.

 

Daarnaast valt het moreel niet uit te leggen, dat wij melk laten weglopen, terwijl in de wereld bijna een miljard mensen een structureel tekort aan voedsel hebben. Een melkstaking is slecht voor het imago van de Nederlandse melkveehouderij en ook daarom neemt LTO afstand van deze actie.

 

LTO zet zich ook in voor krachtenbundeling, namelijk door de vorming van sterke cooperaties en leveranciersverenigingen. LTO informeert haar leden over de zuivelmarkt door vergelijking van melkprijzen in Europa (zie www.milkprices.nl) en nieuwsbrieven. Verder wil LTO af van de melkquotumkosten, die vrijwel nergens zo hoog zijn als hier.

 

Melkveehouders en de zuivelondernemingen willen weten waar ze aan toe zijn. De jaarlijkse quotumuitbreiding biedt duidelijkheid vooraf. De voorgestelde verhoging (5x1% voor de komende vijf jaar) vindt LTO Nederland te krap. Er is aanzienlijk meer ruimte op de markt. Het is niet voor niets dat de melkquota voor het lopende melkprijsjaar (1 april – 1 april) naast de al eerder vastgestelde +0,5% zijn opgerekt met nog eens +2%. LTO vindt dat aan het eind van dit jaar helder moet zijn, waar de melkveehouders en de zuivelindustrie op kunnen koersen.  

 


 

Achtergronden

Brussel doet nauwelijks meer aan marktbeheer. In 1984 werd het melkquotum ingevoerd om de kosten van dat marktbeheer te beperken. Die reden bestaat niet langer. De EU heeft geen voorraden melkpoeder en boter meer.  En de EU wordt door de WTO (overleg over het vrijer maken van wereldhandelsverkeer) steeds makkelijker toegankelijk voor zuivelimport uit andere landen. Schommelingen in het aanbod beïnvloeden uitbetaalprijzen kortstondig, maar vraag en aanbod op de wereldmarkt bepalen uiteindelijk grotendeels de uitbetaalprijzen in de EU.

 

In de huidige situatie verliezen EU en ook de Nederlandse zuivelindustrie steeds meer terrein op de wereldmarkt. Ondanks gemiddeld hogere melkprijzen in 2007 en 615 miljoen kg quotumuitbreiding op 1 april 2007, nam de melkproductie in de EU-lidstaten maar met 0,3% toe. De EU is de de afgelopen twee melkprijsjaren met 2 miljard kg melk onder het gezamenlijke EU-quotum gebleven.

 

Daarentegen hebben de Verenigde Staten de melkproductie in 2007 met 2,1% (bijna 2 miljard kg) vergroot en voor 2008 wordt een groei van 2,7% verwacht. De VS zijn nu een belangrijke zuivelspeler op de wereldmarkt, terwijl Nederland noodgedwongen op de rem moet staan.

 

Het valt niet (meer) uit te leggen dat boeren die te veel produceren van iets waar veel vraag naar is, een boete (superheffing) moeten betalen. Voor elke liter teveel geproduceerde melk moeten ze van € 0,2783 betalen. Over het quotumjaar 2007-2008 moeten Europese melkveehouders waarschijnlijk € 300 miljoen afdragen aan de EU (waarvan de Nederlandse melkveehouders bijna € 40 miljoen). Dat is een pijnlijke vasstelling gezien het feit dat de EU nauwelijks meer geld uitgeeft aan marktbeheer.

 

De vraag naar zuivelproducten groeit snel. De wereldbevolking groeit met 1,1% per jaar, olie-exporterende landen hebben veel te besteden en in landen als India en China trekken de mensen naar steden en hebben een hoger inkomen te besteden. Alleen al in de EU groeit de vraag naar zuivel volgens een EU-marktstudie (december 2007) tot 2014 met 8 miljard kg melk (+6%).

 

Een recente studie (maart 2008) van het Franse IDEI (Institut d’Economie Industrielle) in opdracht van de EU maakte onlangs duidelijk dat een jaarlijkse quotumuitbreiding met 2% de meest geleidelijke overgang biedt naar melkproductie zonder quotum in 2015.

 

Jaarlijks het melkquotum met 2% verrruimen, zoals LTO voorstaat, betekent niet dat de EU-melklproductie ook met 2% toeneemt. Uit de al genoemde IDEI-studie blijkt dat een Europese quotumverruiming met 1% leidt tot 0,66% productietoename, en 2% quotumverruiming leidt tot 0,83% productietoename. Dit betekent dat het voorstel van de Europese Commissie bij de Health Check om de quota met 5 keer 1% te verhogen, niet eens voorziet  in de groei van de EU-vraag.

 

De EU-lidstaten die vrezen dat mét de melkquotering de melkproductie uit bepaalde gebieden met een natuurlijke handicap zal verdwijnen, kunnen eventueel bedrijfstoeslagen met maximaal 10% afromen. Dat geld kan worden toebedeeld aan melkveehouders in zogenoemde ’benadeelde gebieden’. Zij krijgen dan extra bescherming, waardoor melkveehouders in andere gebieden vrijheid krijgen om meer te produceren en exporteren.

En meer vrijheid om te produceren geeft nieuwe stimulansen in de melkveehouderijsector om verder te innoveren.

 

Alle gezaghebbende EU-organisaties (COPA-COGECA (veehouders), EDA (zuivel) en Eucolait (zuivelhandelaren) hebben op een EU-consultatie op 11 januari 2008 aangegeven het verdwijnen van het melkquotum in 2015 als een gegeven te beschouwen.